Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  25 juli - zeventiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Genesis 18,20-32
Lucas 11,1-13

 


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Leren bidden

'Vraag en er zal je gegeven worden, klop en er zal voor je worden opengedaan.' Was het maar waar! Wie heeft niet de indruk dat hij zelden krijgt wat hij vraagt als hij bij God gaat aankloppen? Het is alsof God meestal niet thuis geeft. Nood leert bidden, zegt het spreekwoord. Maar, zo hoor ik zeggen, als je nood niet wordt gelenigd verleer je het bidden. Het helpt toch niet. Men citeert hier vaak een bekende uitspraak van Einstein: 'Bidden verandert de wereld niet, bidden verandert de mens.' Door te bidden verander je jezelf. Zo wordt je gebed verhoord: je komt in een andere verhouding de wereld te staan. De uitspraak van Einstein wordt dan gebruikt om mensen te troosten die God tevergeefs met hun vragen hebben lastiggevallen. Maar is dat niet een magere troost? Je wil niet dat je wordt veranderd, je wil dat je gebed wordt verhoord.
De Schriftlezingen van deze zondag leren dat je God moet blijven lastigvallen. De aanhouder wint.

Abraham was erop uit om God te veranderen. Hij wilde hem doen terugkomen op zijn besluit de verdorven stad Sodom uit te moorden. Hij speelde handig in op Gods rechtsgevoel. 'Mag ik er u op wijzen dat u riskeert samen met de booswichten onschuldige mensen de dood in te jagen? Dat kunt u toch niet doen, het zou onrechtvaardig zijn.' Hij marchandeerde met God. Hij bleef maar aandringen, op het schaamteloze af. En hij haalde het onderste uit de kan. God beloofde Abraham dat hij Sodom niet zou verwoesten als er tien rechtschapen inwoners te vinden waren.

Een sterker voorbeeld van vrijmoedig, om niet te zeggen vrijpostig omgaan met God is niet denkbaar. Even sterk eigenlijk is dat God Abraham zonder enig tegenstribbelen terwille was. Het is alsof hij gaarne op die manier werd toegesproken.
Valt daar iets uit te leren?

Een van Jezus' leerlingen vroeg hem dat hij hen zou leren bidden. Een verwonderlijke vraag, want vrome Joden wisten toch hoe ze moesten bidden. Ze hadden het van jongs af geleerd. Maar blijkbaar zagen ze Jezus anders bidden dan zij dat gewend waren.

Mij valt op dat Jezus nooit voor zichzelf heeft gebeden, behalve één keer. In uiterste nood, toen hij in doodsangst verkeerde, vroeg hij aan zijn Vader dat hij de beker van lijden en dood van hem weg zou nemen (Lucas 22,42). En geen gebed maar een vertwijfelde vraag was zijn doodskreet: 'mijn God, waarom hebt u mij verlaten? (Marcus 15,34)

Ook zijn leerlingen leerde Jezus niet voor zichzelf te bidden. De Vader die je aanspreekt is onze Vader. Ook als je in je eentje bidt, is wat je vraagt een vraag voor ons allen. Als iemand anders bidt, bidt hij ook voor jou. Maar begin met te vragen wat God zelf aanbelangt. Dat hij ervoor zou zorgen dat zijn naam wordt geheiligd en dat hij zijn koninkrijk laat komen. Dit wil zeggen: dat wij zijn naam heiligen en ons inzetten voor een rijk waarin zijn wil wordt gedaan. Gods naam heiligen we door niet te vloeken: zijn naam niet verzwijgen waar hij te pas moet komen, maar hem niet gebruiken waar het geen pas geeft. 'Zorg ervoor dat we niet vloeken.' Waar God - door ons toedoen - zijn koninkrijk laat komen, wordt de wereld anders. Daar komen gerechtigheid, vrede en verzoening waar mensen op hopen.

Daarna vraag je wat het belangrijkste is voor ons allemaal. Voor het heden moet je alleen vragen wat iedereen nodig heeft om behoorlijk te kunnen leven. Bedenk hierbij dat die vraag van jouw kant een belofte insluit: dat je er zoveel je kunt zult voor zorgen dat allen die tekort lijden, krijgen wat ze broodnodig hebben. Vraag voor het verleden dat God ons allen bevrijdt van de schuldenlast die weegt op ons geweten. Anders blijft onze toekomst erin gevangen zitten. Vergeet daarbij van jouw kant niet dat ook te doen met hen die bij jou in de schuld staan. En om in de toekomst goed te kunnen leven moet je vragen dat je weerstand kunt bieden aan de zuigkracht van het kwaad.

Mogen we erop rekenen dat onze Vader ons gebed verhoort? Misschien vermoedde Jezus die vraag bij zijn leerlingen. Hij vertelde een parabeltje over iemand die een vriendelijke buurman uit zijn nachtelijke slaap wakker klopte om hem drie broden te vragen. Die buurman zal opstaan en hem de broden lenen "omdat zijn vriend zo ombeschaamd blijft aandringen". Dit doet denken aan Abraham. Vraag en er zal je gegeven worden, als je maar blijft aandringen. Klop en er zal voor je worden opengedaan, als je maar blijft aandringen.
Verderop in het Lucasevangelie (18,1-5) staat een gelijkenis over een vrijpostige weduwe die bij een corrupte rechter bleef aankloppen tot hij haar recht verschafte. We mogen het bidden en vragen nooit opgeven, tot we gehoor krijgen.

"Worden onze smeekgebeden altijd gegarandeerd verhoord?... Als we God vragen om wat goed is voor onszelf, als we voor anderen bidden dat ze krijgen wat ze nodig hebben, en als we in ons gebed de verwerkelijking van Gods eigen projecten afsmeken, zijn alleen al daardoor onze gebeden verhoord. Zo bidden betekent immers dat we een goede relatie hebben met onszelf, met onze naasten en met God. En wat wil een mens nog meer?*"

* Kees Pannekoek, Verwijlen in Emmaüs, Gooi & Sticht, 2001, p. 175

J. Van Oostveld

 
  Prekenlijst