Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  18 juli - zestiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Genesis 18,1-10
Lucas 10,38–42

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 

 


Het enig noodzakelijke

Jezus is op weg naar Jeruzalem. Zo stelt Lucas het voor. Een reis die tien hoofdstukken van zijn evangelie beslaat. Onderweg grijpen tal van ontmoetingen plaats. Het zijn gelegenheden waarbij Jezus duidelijk maakt wat het betekent leerling te zijn; wat het inhoudt hem te volgen op de weg naar Jeruzalem. De parabel van vandaag – want een parabel is het - sluit direct aan op het verhaal van vorige week. Toen kregen we de parabel van de barmhartige Samaritaan te horen. Beide verhalen hebben het over ‘het enig noodzakelijke’ om leerling te worden. De passage werd namelijk ingeleid door de vraag van een wetgeleerde: "wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?"

Vorige week luidde het antwoord: doe zoals de Samaritaan gedaan heeft. Het gaat om het doen, het handelen. Wie geen leerling zijn, dat zijn de priester en de leviet. Zij kwamen terug van Jeruzalem waar ze dienst hadden gedaan in de tempel. Daar hadden ze de eer van God bezongen met mooie liederen – stuk voor stuk goedgekeurd door de liturgische commissies van die dagen - en volgens liturgische spelregels die ze keurig nauwgezet hadden nageleefd. Maar neen: ze snappen niet wat een mens moet doen om toegang te krijgen tot het eeuwig leven. De tegenstelling met de Samaritaan die langs komt is groot: hij had oog voor de mens die langs de weg lag. Hij werd tot medelijden bewogen, en hij stak de handen uit de mouwen. Hij wordt geprezen als iemand die begrepen heeft waar het op aankomt.

Het ziet er naar uit dat het verhaal van vandaag de rollen omkeert. Jezus is te gast bij Martha en Maria. Martha slooft zich uit om het hem naar de zin te maken. Jezus van zijn kant probeert de overijverige Martha enige zin voor relativiteit bij te brengen. Zij die zich zoals de barmhartige Samaritaan van vorige week te pletter loopt om de medemens van dienst te zijn, mag het wat rustiger aan doen. Ze krijgt zelfs haar zus Maria tot voorbeeld: zij heeft het beste deel gekozen. Zij luistert naar Jezus. Zij neemt zijn woorden in zich op. Zij laat zijn wijsheid binnenkomen. Zij verlangt ernaar onderricht te krijgen van Jezus.

Twee parabels die allebei handelen over het enig noodzakelijke. Ze spreken elkaar behoorlijk tegen. Of bedoelen ze juist aan te geven dat je het één moet doen en het ander niet laten? Dat hierbij de luisterende Maria een extra pluim krijgt is veelzeggend. Jezus prijst haar omdat ze bij hem in de leer komt. Omdat ze onderricht wil worden.

Merkwaardig toch. Maria is het type vrouw dat zich niet spontaan aangetrokken voelt tot de diensttaken die de kerk later met grote gretigheid aan vrouwen heeft toebedeeld. Materiële diensttaken. Er zijn er in overvloed. En, laten we duidelijk wezen, als er geen mensen waren die zich deze diensttaken aantrokken konden we, vandaag nog, de zaak wel dichtdoen. Het kan echter evenmin ontgaan dat Jezus tegen de gangbare rolpatronen van zijn dagen in juist die vrouw prijst die zich intellectueel wil vormen. Vrouwen die de ambitie hebben om inhoudelijk verdiepend bezig te zijn. Vrouwen die wéten waar het over gaat in zaken van geloof. Die in staat zijn om anderen te onderrichten. Die in staat zijn het woord te voeren, die de heilige teksten van onze traditie kunnen verklaren en toepassen op ons leven vandaag. Die een bemoedigend of opwekkend woord kunnen spreken. Die medemensen in rouw nabij kunnen zijn. Die hun talenten inzetten ten dienste van de opbouw van de geloofsgemeenschap. Maria heeft het beste deel gekozen.

Het ziet er naar uit dat de woorden van Jezus aan de kerkleiders zijn voorbij gegaan. Of dat ze gemakshalve in zuiver spirituele zin geďnterpreteerd zijn geworden. Alsof contemplatie op een hogere rang staat dan de diaconie. Ook vandaag is dat zo. Vrouwen worden teruggefloten naar tweederangsrollen. Naar de rol van Martha. Of naar de rol van Maria in zuiver contemplatieve zin. Ze worden in elk geval niet geacht zich te mengen in inhoudelijke gesprekken. Ze moeten vooral dienstbaar zijn. Nederig en volgzaam. Nochtans: Jezus heeft geen priesters gewijd op zijn weg naar Jeruzalem, of bisschoppen die het dan later voor het zeggen zouden hebben. Hij roept mannen en vrouwen om leerling te worden, volgeling op zijn weg. Daarvan is niemand uitgesloten. Hij doorbreekt de gangbare rolpatronen wanneer hij Maria prijst.
Het is dan ook verheugend te zien hoe in toenemende mate vrouwen werkzaam zijn in sleutelfuncties in de kerk. Bijvoorbeeld als eindverantwoordelijke in federaties van verschillende parochies.

Nogal wat vrouwen zijn werkzaam in ziekenhuizen waar ze de pastorale zorg op zich nemen. Het gebeurt dat ze bij stervende mensen geroepen worden om hen bij te staan. Op zo’n momenten is menselijke nabijheid van het allergrootste belang. Er zijn ontroerende getuigenissen bekend van mensen die op het eind van hun leven om ‘iets’ vragen. Soms weten ze zelf niet goed wat. Veelal zijn ze immers vervreemd van de kerk. Maar ze voelen nood aan zoiets als een ritueel. Een zegening. Meestal is het niet eens belangrijk of het een echt kerkelijk sacrament is. Maar ze voelen de behoefte om hun leven af te ronden. We mogen dankbaar zijn om de vrouwen en mannen die in dergelijke situaties beschikbaar zijn voor medemensen in nood. Ik zie hoe weldadig de eenvoudige gebaren van zegening kunnen zijn. Zowel voor stervende mensen als voor hun familie. Op deze heel concrete manier belichamen mensen voor elkaar Gods liefdevolle aanwezigheid.

Er zijn meer tekenen van Gods barmhartige nabijheid dan de officieel erkende sacramenten. Mensen als Maria die bij Jezus in de leer zijn geweest, zijn zich hier terdege van bewust.

Ignace D’hert o.p.

 
  Prekenlijst