| Preek van de week |
|
|
||
| 18 juli - zestiende zondag |
|
|
Lezingen: Genesis
18,1-10
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
Gastvrijheid is reeds bij de primitieve volkeren een
heilige, ongeschreven wet: een eerste begin van beschaving.
Een vreemde
gast de vrijheid geven om binnen te treden in uw eigen territorium, in uw
land, in uw huis, in uw leefwereld, in uw gedachtewereld. Het schijnt een
diepmenselijke trek te zijn. Als dat zo al bij mensen is, zou God dan minder
gastvrij zijn? Zou Hij ons ook niet graag binnenlaten in zijn leefwereld, in
zijn gedachten? Kijk eens naar het evangelie van vandaag. Het is een
tafereel dat treffend Gods gastvrijheid illustreert. Want wie is hier de
gast?
Op het eerste gezicht is dat Jezus, maar bij nader
toezien is het Maria die gastvrij onthaald wordt. Zij mag binnentreden in de
gedachten van Jezus, in zijn leefwereld. En dat in de joodse cultuur van die
tijd waarin een vrouw geen enkel recht had om onderricht te mogen genieten.
Met haar luisterende aandacht geniet ze ten volle van zijn woorden. Ik zeg
wel: genieten. Want het is u toch ook al overkomen. Hoe goed de spijzen ook
zijn, hoe mooi de tafel ook gedekt is. Het gesprek is nog altijd het
belangrijkste deel van de maaltijd. Mogen binnentreden in elkaars
gedachtewereld is de echte gastvrijheid.
We mogen altijd te gast zijn bij God, we mogen, als we
maar willen, zitten luisteren aan de voeten van de Meester en binnentreden
in zijn wereld. Zo helemaal anders dan de drukdoenerij hierbuiten.
Gastvrijheid bij God? Het is een gastvrijheid die in onze cultuur niet hoog
aangeschreven staat. Wijsheid, inzicht, beschouwing..., wat doe je er mee?
Wat brengt dat op? We houden meer van uiterlijke prestaties die kunnen
omgezet worden ofwel in klinkende munt of tenminste toch in publiciteit. We
moeten het hebben van uiterlijkheden die de zintuigen prikkelen, en niet van
het innerlijke dat de gedachten opwekt. Daarom moeten die prestaties gepaard
gaan met lawaai, met veel lawaai, met snelheid, met hoge snelheid en soms
met geweld. Altijd een kwestie van zich te doen gelden, niet van te
luisteren naar de gastheer.
Wie zo leeft Stilte is veel meer dan afwezigheid van geluid. Stilte is
de ruimte waarbinnen we willen luisteren naar de andere, om elkaar te
ontmoeten. Stilte is een geweldloze, scheppende kracht ook al zijn de
resultaten ervan niet onmiddellijk zichtbaar en kunnen ze niet omgezet
worden in klinkende munt.
Stilte is een bron die van binnen opborrelt, die ons doet
leven en die ons laat luisteren naar de anderen en naar de geheel Andere.
Manu Verhulst
Bron: |
| |