Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  11 juli - vijftiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Deuteronomium 30,10-14
Lucas 10,25-37

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


De Stem in je geweten

In de eerste lezing (uit het boek Deuteronomium) roept God, bij monde van Mozes, zijn volk op tot gehoorzaamheid en tot het onderhouden van de voorschriften en geboden van de Wet. Een oproep die niet eens zo moeilijk te beantwoorden is. Die Wet wordt de mens immers niet van bovenaf (‘vanuit de hemel’) in het hart gedropt of vanuit een andere wereld (‘van de overzijde van de zee’) aangevoerd. Hij is geen Fremdkörper, geen ingewikkeld, vervelend en verknechtend reglement dat de mens van zichzelf vervreemdt.
De voorschriften en geboden zijn immers niet afkomstig van een verre, vreemde god, maar van een God die de mensen liefdevol nabij is en met zijn volk op weg gaat. Ze zijn ontstaan binnen de geschiedenis van mensen, die een geschiedenis van heil is.

Wie trouw blijft aan die heilsgeschiedenis en er zich voor in wil zetten, zal ontdekken dat het mogelijk (en haast vanzelfsprekend) is die voorschriften en geboden te kiezen als leidraad voor een rechtvaardig leven: ‘Het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het dus volbrengen.’

Die uitspraak heeft zoveel eeuwen later nog niets van haar bevrijdende inhoud ingeboet. Want in de grond zegt de tekst gewoon dat elke mens een geweten heeft en dat je, als je geweten goed gevormd is (en voor een christen wil dat zeggen: als je geweten gesmeed is binnen de joods-christelijke traditie en volgens de normen en waarden van die traditie)… dat je dan voldoende toegerust bent om in je persoonlijk gedrag en in de omgang met je medemensen het onderscheid te maken tussen wat hoort en wat niet hoort. En dat je bovendien de kracht krijgt om de neerslag van het woord van God ‘in geweten’ ook te volbrengen en er je gedrag door te laten bepalen.

Het verhaal van de barmhartige Samaritaan laat zien hoe het woord van God het geweten van een mens kan vormen en bijgevolg zijn gedrag en zijn manier van leven kan beïnvloeden.

Een doortrapt wetgeleerde stelt Jezus een vraag, die hij voor zichzelf in theorie al lang heeft beantwoord met een antwoord dat keurig binnen het kader van de Wet blijft. Een antwoord waarmee elke gelovige jood (en dus ook Jezus) kan instemmen: om het eeuwig leven te verwerven moet je God beminnen met hart, ziel, krachten en verstand – en je naaste als jezelf.

Maar met zijn antwoord op de vraag ‘Wie is dan mijn naaste?’ gaat Jezus verder dan gebruikelijk. Niet enkel zijn volksgenoten beschouwt hij als zijn naasten, ook de vreemdelingen zijn dat.

Naaste bén je niet (omdat je, bij voorbeeld, nu eenmaal tot dezelfde familie of hetzelfde volk behoort). Naaste wórd je door, bijvoorbeeld, te handelen volgens de stem van je geweten (waarin de Stem van God doorklinkt). In het geval van de Samaritaan betekent dit dat hij zich het lot van de overvallen en gewonde reiziger aantrekt.

Het nieuwe (en revolutionaire) van Jezus’ visie bestaat erin dat Gods heil de mens niet langer aangeboden wordt door bemiddeling van de tempelpriester en diens helper, de leviet, maar in en door de stem van het geweten van een vreemdeling die bovendien als een ‘vijand’ mocht worden beschouwd.

Uitgerekend een ‘afgedwaalde’ bewandelt hier de weg van God en laat, in de gewetensvolle manier waarop hij omgaat met een mens in nood, onbewust zien hoe God zelf omgaat met de gekwetste mens: ‘Gezien heb Ik je verdrukking, gehoord je geschrei; je nood heeft Mij geraakt’ (God tot Mozes in de brandende braamstruik – Exodus).

Jos Smeets, dominicaan

Met dank aan Jozef Essing, o.p., ‘Navolging – van wie?’ in: Kerugma, jg.53, 3

 
  Prekenlijst