| Preek van de week |
|
|
||
| 11 juli - vijftiende zondag |
|
|
Lezingen: Deuteronomium
30,10-14
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
|||||||||
|
De juiste vragen stellen en de juiste antwoorden kunnen
geven is al een hele prestatie. De wetgeleerde in het evangelie dat we
vandaag lezen lukt er blijkbaar in. Gevormd in de traditie waarin het
altijd weer gaat om het doen van Gods woord, vraagt hij dan ook geheel
correct: 'wat moet ik doen?' Op een verrassende wijze omzeilt Jezus die verleiding.
De wetgeleerde krijgt geen antwoord op zijn vraag: 'Wie is mijn naaste?'
Hij krijgt niet het antwoord dat hij graag zou willen, want Jezus draait
de vraag om.
Naaste wordt je dan op bepaalde momenten doordat je
ineens - zonder dat je het wilde of voorzag - met iemand betrokken raakt in
een gebeuren. Je kan dagelijks met de trein rijden zonder contact te hebben
met mensen, tot er plots iets gebeurt in de trein en men zich verwant weet
met mekaar, lotgenoot wordt.
Het gaat telkens over iemand die je levenspad kruist en
die in nood is geraakt, hulpbehoevend is geworden.
Veel zaken kunnen wij eigenmachtig regelen en beslissen.
We zijn er zelf de baas over. Maar hier ligt het anders: niet jij bepaalt wat
je hoort te doen, niet jij kiest wie plots op je weg staat – je zou bijna
kunnen zeggen: die je in de weg staat - maar het toeval dat zelfs je
nobelste plannen kan doorkruisen. En dat is pas echt storend, dat ontglipt
je.
Zowel voor de leviet als voor de priester en de
Samaritaan komt het voorval totaal toevallig op hun weg. Ze hebben alle drie
plannen. De halfdode ligt in de weg van wat ze die dag gepland hadden. De
leviet en de priester laten hun plannen niet doorkruisen. Ze ‘storen’
zich niet aan de halfdode langs de weg. Van de Samaritaan wordt niet gezegd
dat hij met de juiste principes en normen door het leven gaat, wel staat er
dat hij medelijden kreeg en dat hij meteen tot de daad overgaat. Zo’n ingesteldheid vraagt heel veel.
Ze houdt in dat we ophouden te denken dat we het centrum van de wereld zijn. Dat is de
grootste uitdaging waar ieder van ons in zijn of haar leven voor staat. De
meest radicale reis die elkeen moet maken is die van de bevrijding van het
egoïsme. En dat is extra moeilijk in een samenleving waarin mensen maar al
te dikwijls alleen aan zichzelf denken, vrij van verplichtingen en nergens
bij betrokken.
Als wij een ander tegenkomen, kunnen we twee dingen doen,
zegt de parabel: we kunnen in een grote boog om deze mens heen lopen en niet
kijken; óf we staan de ander toe dat hij of zij ons aankijkt en dan doen we
wat moet gedaan worden.
De conclusie van Jezus' verhaal heeft iets schokkends: de
Samaritaan doet Gods woord. Niet degenen die al heel hun leven vertrouwd
zijn met Gods woord. Dat moet ons te denken geven.
Hopelijk hebben wij toch allemaal wel meer dan eens in
ons eigen leven meegemaakt hoe een ander voor ons een naaste is geweest.
Niet omdat hij of zij zich aan de regels hield maar omdat hij of zij er was
toen wij deze mens nodig hadden.
Dat bij jezelf ontdekken kan je helpen ook een naaste te
zijn voor iemand die jou nodig heeft. En je moet het niet ver zoeken: neen,
het woord is dicht bij je, in je mond en in je hart.
Je kunt het dus volbrengen.
Gerard Braet o.p.
|
| |