Preek van de week Elke week een nieuwe preek
     
  11 juli - vijftiende zondag afdrukken  Word-document
 

Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

 

Lezingen:

Deuteronomium 30,10-14
Lucas 10,25-37

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

 


Van wie ben je de naaste?

De juiste vragen stellen en de juiste antwoorden kunnen geven is al een hele prestatie. De wetgeleerde in het evangelie dat we vandaag lezen lukt er blijkbaar in. Gevormd in de traditie waarin het altijd weer gaat om het doen van Gods woord, vraagt hij dan ook geheel correct: 'wat moet ik doen?'
Maar zijn vraag is geen oprechte vraag. Het is een testvraag. Hij wil Jezus beproeven en een discussie uitlokken.

Op een verrassende wijze omzeilt Jezus die verleiding. De wetgeleerde krijgt geen antwoord op zijn vraag: 'Wie is mijn naaste?' Hij krijgt niet het antwoord dat hij graag zou willen, want Jezus draait de vraag om. Hij leert - ook ons vandaag -  niet te vragen: ‘wie is dan mijn naaste wel en wie niet? Van wie moet ik houden en van wie niet?’
De juiste vraag is: ‘welke mens in nood kom ik vandaag tegen, die ik mag beminnen en concreet helpen, zodat ik misschien zijn naaste kan worden?’

Naaste wordt je dan op bepaalde momenten doordat je ineens - zonder dat je het wilde of voorzag - met iemand betrokken raakt in een gebeuren. Je kan dagelijks met de trein rijden zonder contact te hebben met mensen, tot er plots iets gebeurt in de trein en men zich verwant weet met mekaar, lotgenoot wordt.

Het gaat telkens over iemand die je levenspad kruist en die in nood is geraakt, hulpbehoevend is geworden.

Veel zaken kunnen wij eigenmachtig regelen en beslissen. We zijn er zelf de baas over. Maar hier ligt het anders: niet jij bepaalt wat je hoort te doen, niet jij kiest wie plots op je weg staat – je zou bijna kunnen zeggen: die je in de weg staat - maar het toeval dat zelfs je nobelste plannen kan doorkruisen. En dat is pas echt storend, dat ontglipt je.

Zowel voor de leviet als voor de priester en de Samaritaan komt het voorval totaal toevallig op hun weg. Ze hebben alle drie plannen. De halfdode ligt in de weg van wat ze die dag gepland hadden. De leviet en de priester laten hun plannen niet doorkruisen. Ze ‘storen’ zich niet aan de halfdode langs de weg. Van de Samaritaan wordt niet gezegd dat hij met de juiste principes en normen door het leven gaat, wel staat er dat hij medelijden kreeg en dat hij meteen tot de daad overgaat.

Zo’n ingesteldheid vraagt heel veel. Ze houdt in dat we ophouden te denken dat we het centrum van de wereld zijn. Dat is de grootste uitdaging waar ieder van ons in zijn of haar leven voor staat. De meest radicale reis die elkeen moet maken is die van de bevrijding van het egoïsme. En dat is extra moeilijk in een samenleving waarin mensen maar al te dikwijls alleen aan zichzelf denken, vrij van verplichtingen en nergens bij betrokken.

Als wij een ander tegenkomen, kunnen we twee dingen doen, zegt de parabel: we kunnen in een grote boog om deze mens heen lopen en niet kijken; óf we staan de ander toe dat hij of zij ons aankijkt en dan doen we wat moet gedaan worden.

De conclusie van Jezus' verhaal heeft iets schokkends: de Samaritaan doet Gods woord. Niet degenen die al heel hun leven vertrouwd zijn met Gods woord. Dat moet ons te denken geven.

Hopelijk hebben wij toch allemaal wel meer dan eens in ons eigen leven meegemaakt hoe een ander voor ons een naaste is geweest. Niet omdat hij of zij zich aan de regels hield maar omdat hij of zij er was toen wij deze mens nodig hadden.

Dat bij jezelf ontdekken kan je helpen ook een naaste te zijn voor iemand die jou nodig heeft. En je moet het niet ver zoeken: neen, het woord is dicht bij je, in je mond en in je hart.

Je kunt het dus volbrengen.

Gerard Braet o.p.

 
  Prekenlijst