|
|
 Vijftiende
zondag
Begroeting
De genade van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de verbondenheid van eenzelfde heilige Geest
moge ons doordringen nu wij hier samenkomen
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Openingswoord 1
Het evangelie begint vandaag met de vraag:
"Meester, wat moet ik doen?"
Voor ons, vandaag, is dit de vraag
naar de plaats van de christen in deze wereld.
Godsdienst is geen privé-zaak.
Christelijk geloof heeft te maken met wat zich afspeelt op straat,
in de scholen,
op het werk.
Geloven doen we niet alleen op zondag,
maar ook op maandag en de andere dagen van de week.
Geloof en Kerk hebben betrekking
op de alledaagse wereld van politiek en economie,
van opvoeding en cultuur,
van handel en industrie,
maar ook van onze dagelijkse omgang met elke mens die we ontmoeten.
Zijn wij gevoelig voor de nood van anderen?
Zijn wij bereid daaraan iets te doen?
Openingswoord 2
"Wie is onze naaste?" vraagt Jezus ons vandaag .
"De mens in nood" is het antwoord van het evangelie.
Laten wij in deze viering ons hart openstellen
voor Gods liefde die ons de ander doet liefhebben als onszelf.
Ook in deze vakantietijd zijn er heel wat mensen op zoek
naar wat geborgenheid, troost, een bemoedigend woord,
een luisterend oor, een helpende hand.
Mogen zij op ons rekenen?
Puurs
Vergevingsmoment 1
- De Samaritaan uit onze evangelielezing
-op onze dagen misschien een moslim -
wordt door medelijden bewogen en handelt, zonder aarzelen, recht vanuit
zijn hart.
Voor al die keren dat wij onze naasten links lieten liggen,
of niet zagen of niet wilden zien,
bidden wij om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.
- Als wij eigenbelang en prestige laten voorgaan
en niet luisteren naar de stem van het hart,
dan zijn wij geen ‘naaste’.
Bidden wij daarom om vergeving:
Christus, ontferm U over ons.
- Als wij, als christelijke westerlingen,
denken de waarheid in pacht te hebben
en het gelijk aan onze kant,
dan gaan wij respectloos voorbij aan het standpunt, de cultuur en het
diepe geloof
van anderen.
Vragen wij daarom om vergeving:
Heer, ontferm U over ons.
Vergevingsmoment 2
Waar wij onze ogen sluiten voor de mens in nood,
willen we God en elkaar om vergeving vragen.
- Heer, vergeef ons als we met een boog
om de ellende van anderen heen lopen
en geen helpende hand naar hen uitsteken.
Heer, ontferm U over ons.
- Christus, vergeef ons als we teveel met onszelf bezig zijn
en te weinig openstaan voor de nood van een ander.
Christus, ontferm U over ons.
- Heer, vergeef ons als we denken dat we onmogelijk
kunnen doen wat Gij van ons vraagt.
Heer, ontferm U over ons.
De Heer is goed en genadig.
Hij rekent ons onze schuld niet aan,
maar neemt alles weg wat ons van Hem gescheiden houdt.
Hij zal ons leiden naar eeuwig leven. Amen.
Lofprijzing
Vader in de hemel,
Gij geeft ons het vermogen
ons de nood van een ander aan te trekken.
Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
zo de naaste van de ander te mogen worden.
Vader, Gij geeft ons de vaardigheid
een ander zo te helpen
dat hij kan leven in vrijheid en waarheid.
Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
zo de naaste van de ander te mogen worden.
Vader, uw liefde gaat zo ver
dat Gij in Jezus onze naaste wilt zijn.
Wij danken U daarvoor
en prijzen ons gelukkig
dat wij in onze barmhartigheid voor elkaar
uw naaste mogen worden.
naar Jan Snijders
Openingsgebed 1
God van liefde,
de goede boodschap van uw Zoon
zoekt weerklank in het hart van alle mensen.
Wij bidden U:
geef dat ons meeleven met de zorgen van de ander
tastbaar wordt in ons ongevraagd nabij zijn.
Dit vragen wij U in naam van Jezus,
uw Zoon en onze Heer. Amen.
naar André Janssen
Openingsgebed 2
Diep in ons hart weten we wel
dat alleen het dubbelgebod van de liefde
naar het volle geluk leidt, Heer.
Toch slagen we er vaak niet in
om met heel ons hart
én van U én van onze medemensen te houden.
Wil ons daarom steeds opnieuw oproepen
om het toch te blijven proberen.
Wij vragen het U in Jezus’ naam. Amen.
Lezingen
Luisteren wij naar de Schrift waarin God zijn woord tot ons
richt.
Eerste lezing (Deuteronomium 30,10-14)
Uit het boek Deuteronomium
In die dagen sprak Mozes tot zijn volk:
10 U moet aan de Heer gehoorzamen
en alle geboden en voorschriften onderhouden
die in dit wetboek staan opgetekend;
dan moet u met heel uw hart en heel uw ziel
terugkeren tot de Heer uw God.
11 De geboden die ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
12 Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: `Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?''
13 Ze zijn niet overzee en u hoeft niet te zeggen: `Wie zal de zee oversteken om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen?''
14 Nee, het woord is dicht bij u,
in uw mond en in uw hart.
U kunt het dus volbrengen.
KBS Willibrord 1995
Tweede lezing (Kolossenzen 1,15-20)
Uit de brief van de apostel Paulus aan de christenen van Kolosse
Broeders en zusters,
15 Hij is het beeld van de onzichtbare
God,
de eerstgeborene van heel de schepping.
16 Want in Hem is alles geschapen,
in de hemel en op de aarde,
het zichtbare en het onzichtbare,
tronen en hoogheden, heerschappijen en machten.
Alles is door Hem en voor Hem geschapen.
17 Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.
18 Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is.
Hij is de oorsprong, de eerstgeborene uit de doden,
om in alles de eerste te zijn, Hij alleen.
19 Want in Hem heeft heel de volheid willen wonen
20 om door Hem alles met zich te verzoenen
en vrede te stichten door het bloed, aan het kruis vergoten,
om alle wezens in de hemel en op de aarde door Hem te verzoenen.
KBS Willibrord 1995
Evangelie (Lucas 10, 5-37)
Uit het heilig evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Lucas
25 In die tijd kwam een wetgeleerde
naar Jezus toe
om Hem op de proef te stellen. `Rabbi,' zei hij,
`wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?'
26 Hij zei tegen hem:
`Wat staat er in de wet geschreven? Hoe leest u dat?'
27 Hij gaf ten antwoord:
`U zult de Heer uw God liefhebben
met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw kracht
en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.'
28 Hij zei tegen hem:
`Juist geantwoord! Doe dat en u zult leven.'
29 Maar hij wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus:
`Ja maar, wie is mijn naaste?'
30 Jezus nam weer het woord en zei: `Op reis van Jeruzalem naar Jericho viel iemand in handen van rovers.
Ze schudden hem uit, mishandelden hem en lieten hem halfdood achter.
31 Toevallig kwam er een priester langs die weg;
hij zag hem, maar liep in een boog om hem heen.
32 Ook een Leviet die voorbijkwam en hem zag,
liep in een boog om hem heen.
33 Toen kwam er een Samaritaan langs die op reis was;
hij zag hem en was ten diepste met hem begaan.
34 Hij ging naar hem toe,
goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze.
Toen zette hij hem op zijn eigen rijdier
en bracht hem naar een herberg,
waar hij hem verder verzorgde.
35 De volgende ochtend haalde hij twee denariën tevoorschijn
en gaf ze aan de waard.
`Zorg voor hem,'' zei hij, `en als u nog meer kosten moet maken,
zal ik ze u op mijn terugreis vergoeden.''
36 Wie van die drie is naar uw mening
de naaste geweest van de man die in handen van de rovers was gevallen?'
37 Hij zei: `Hij die hem barmhartigheid heeft bewezen.'
Jezus zei tegen hem: `Doe dan voortaan net als hij.'
KBS Willibrord 1995
Geloofsbelijdenis
Wij geloven in God de Vader,
die zijn schepping in onze handen heeft gegeven
om er een woning van te maken
waarin het goed is om te leven.
Wij geloven in de zoon Jezus Christus,
die bij ons kwam wonen en nu leeft
in de harten van de mensen.
Hij is ons voorbeeld van liefde tot het uiterste.
Wij geloven in Gods Geest,
die ieder van ons de kracht geeft
om aan het rijk van God mee te bouwen.
Wij geloven in een gemeenschap
waarin elkeen zorg draagt voor de ander;
waarin eenieder aan de blijde boodschap
gestalte geeft door woord en daad.
Wij geloven dat een mensenleven
nooit zal eindigen
en dat we hoopvol mogen uitzien
naar het eeuwig geluk bij de Vader. Amen.
Voorbeden 1
Tot God, nabij en vreemd tegelijk, bidden wij.
- Voor hen die alleen zijn met hun verdriet of zorgen.
Scherp onze ogen, God,
om U te zien
in allen die een beroep doen op onze inzet.
Laten wij bidden…
- Dat wij tijd geven aan anderen en hun verhaal,
dat wij het nodige geduld opbrengen om te luisteren,
dat wij terughoudend zijn in ons oordeel.
Spits ons oren, God,
om uw stem te horen
in het appél van vreemden
opdat wij hun naaste kunnen worden.
Laten wij bidden…
God, Gij die nabijheid zijt:
‘Ik zal er zijn’ is uw naam.
Zegen ook ons met die naam
opdat wij er zouden zijn voor elkaar,
al de dagen die ons gegeven worden. Amen.
naar Jan Groot en Henk Sechterberger
Voorbeden 2
Laten we vol vertrouwen bidden tot God,
dé Barmhartige Samaritaan bij uitstek.
- Bidden we voor mensen die niet geraakt worden
door de nood van anderen,
en zonder aandacht aan hen voorbijlopen.
Dat het tot hen mag doordringen
dat God zelf ons aanspreekt in het gelaat van de anderen.
Laten wij bidden…
- Bidden we om nieuwe levensmoed
voor allen die door gemis of door onrecht hen aangedaan,
kampen met verdriet.
Dat wij hen zouden helpen opstaan
om samen verder te gaan.
Laten wij bidden…
- Bidden we voor allen die hier of elders
genieten van een deugddoende vakantie.
Dat ze diep geraakt mogen worden
door de schoonheid van de natuur,
door de gastvrijheid die zij mogen ervaren.
Laten wij bidden…
- Bidden we ook voor de mensen
die ons om een of andere reden
om een gebed vroegen.
Laten wij bidden…
God en Vader,
Gij kent ons door en door.
Gij kent ons vallen en opstaan,
Gij weet best wat we nodig hebben.
Aan U vertrouwen wij ons toe
voor tijd en eeuwigheid. Amen.
Puurs
Gebed over de gaven 1
God van liefde,
in dit teken van brood en wijn
gedenken wij uw Zoon:
de medemens bij uitstek voor iedereen.
Geef dat wij onszelf durven inzetten zoals Hij:
met heel ons hart en met al wat in ons is.
Dit vragen wij U voor vandaag en alle dagen van ons leven. Amen.
naar André Janssen
Gebed over de gaven 2
In dit brood en deze wijn wil Jezus onze naaste worden, God.
Uit liefde heeft Hij Zichzelf aan ons gegeven in deze symbolen.
Daarom dragen wij deze gaven met vreugde aan U op.
Moge ook wij de levensopdracht erin ontdekken
om zélf brood en wijn te worden voor onze medemensen,
door Christus, onze Heer. Amen.
Tafelgebed
Met hart en ziel danken wij U, God,
die door uw Geest
onze geest voortdurend vernieuwt
opdat wij de wereld
mensvriendelijker zouden maken.
Uw Geest stimuleert ons
om te geloven in Jezus
en Hem te belijden voor alle mensen
als de Heer,
als de hoop van de wereld.
Daarom loven wij U met de woorden
die uw Geest ons heeft ingegeven:
Heilig, heilig, heilig de Heer…
Laten wij nooit vergeten, barmhartige Vader,
dat onze verlosser Jezus Christus
de Heer is,
dat Hij mens is geworden,
die Emmanuel,
dat is: God-met-ons,
genoemd wordt.
Laten wij nooit vergeten
dat Hij de wereld heeft gezien met onze ogen,
dat Hij onze woorden gesproken heeft,
dat Hij onze vreugde en onze nood heeft gekend,
dat Hij het werk van een mens heeft verricht
en dat Hij ons brood gegeten heeft.
Laten wij nooit vergeten
dat Hij de Mensenzoon is
- mens onder de mensen -
die meer heeft geloofd in de mens,
meer heeft gehoopt en bemind
dan wij ooit kunnen.
Laten wij nooit vergeten
dat ons geloof, dwars door alle leed,
dat onze hoop over de dood heen,
dat onze liefde tegen alle machten in,
ons doen gelijken op Hem
die Gods gelijke genoemd mocht worden.
Laten wij nooit vergeten dat ook Hij
weerloos heeft moeten buigen
voor het geweld en de macht.
Laten wij nooit vergeten
dat de machtigen Hem geslagen hebben
tot de dood toe
omdat Hij leerde dat Gij zijn vader zijt,
dat wij gered worden door ons geloof in U,
dat onze hoop op U nooit wordt teleurgesteld,
dat uw liefde geen grenzen kent
en dat vooral de armen en de kleinen
door die boodschap blij kunnen worden.
Laten wij nooit vergeten
dat Hij op de vooravond
van dat lijden en die dood
in het breken van het brood
en het rondreiken van de beker
het teken heeft gesteld
dat ons in zijn naam en zijn liefde samenbrengt.
Want die avond
heeft Hij het brood in zijn handen genomen,
Hij heeft zijn ogen opgeslagen
naar U, God en Vader,
Hij heeft U dank gezegd,
het brood gebroken
en aan zijn leerlingen uitgedeeld met de woorden:
"Neem en eet,
dit is mijn lichaam voor u."
Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed uit en zei:
"Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen wordt vergoten
tot vergeving van zonden.
Telkens als gij van dit brood eet
en uit deze beker drinkt,
doe het dan om Mij te gedenken."
Zijn dood gedenken wij,
zijn opstanding belijden wij,
zijn toekomst verwachten wij.
Wij zijn hier bijeen in zijn naam,
omdat wij mensen willen worden zoals Hij,
mensen die geloven in elkaar
en vertrouwen op U,
die hopen dat Gij uw belofte,
van een gelukkig leven zonder einde,
waar zult maken aan ieder van ons
en aan alle mensen van wie Gij houdt
en van wie wij houden,
en van wie wij blijven houden,
ook al zijn zij overleden.
Wij willen het brood breken
en wij zullen het eten,
wij zullen de beker rond reiken en drinken
in zijn naam
om de herinnering aan hem levend te houden
en om niet te vergeten
dat Hij de armen,
de treurenden,
de zachtmoedigen,
de hongerigen,
de barmhartigen,
de zuiveren,
de vredelievenden,
de vervolgden
en al wie hulp nodig heeft,
gelukkig heeft genoemd.
Geef ons die Geest van deemoed en liefde;
dan zullen wij gelukkig en blij worden
en U dankbaar huldigen:
door Christus,
met Christus,
in Christus,
hier rond deze tafel
en overal,
nu en alle dagen die ons gegeven zijn. Amen.
Onze Vader Jezus vroeg ons niet enkel brood te delen
en de beker rond te reiken om Hem te gedenken,
Hij leerde ons ook bidden tot zijn Vader, die ook onze Vader is.
Onze Vader, graag zouden wij in deze wereld
uw naam geheiligd zien.
Mochten steeds meer mensen U kennen
als God-met-ons.
Uw Rijk kome!
Een rijk van liefde, vrede en gerechtigheid.
Uw wil geschiede,
want Gij wilt dat wij gelukkige mensen zijn,
die zich inzetten voor de anderen.
Wij vragen U om het dagelijks brood,
om het nodige voedsel voor wie honger heeft
en om de moed ons voedsel te delen.
Vergeef ons onze schuld,
want dikwijls zijn wij onverschillig voor uw liefde.
Leer ons de anderen vergeving schenken,
steeds opnieuw, zonder bitterheid.
Leid ons weg uit de bekoring
van hoogmoed en onoprechtheid.
En verlos ons van het kwade.
Want Gij zijt de vrede en de vreugde,
de kracht en de heerlijkheid
tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Vredewens
Soms zouden wij de moed erbij verliezen bij al wat gebeurt:
mensen die elkaar de duvel aandoen,
conflicten die maar niet opgelost geraken en steeds nieuwe slachtoffers
maken.
Laten wij dan terugdenken aan Jezus die zei:
"Kom tot Mij, Ik zal je bemoedigen,
rust geven en innerlijke vrede schenken."
Laten we die vrede van Jezus toe in ons hart,
en laten we die uitdragen naar elkaar met een klein hartelijk gebaar.
Lam Gods
Communie Wij mogen de Heer ontmoeten
in de woorden die Hij sprak,
in het brood dat we breken
en in de Geest van verbondenheid die Hij ons schonk.
Laten wij dan nu het brood delen met elkaar
opdat wij zouden worden waartoe wij geroepen zijn:
het levend lichaam van Jezus Christus.
Dit is het Lam Gods….
Puurs
Bezinning 1
Jericho
Ik moest van Jeruzalem naar Jericho,
laat in de namiddag,
langs de stofferige, rotsige wegen.
Uit het struikgewas sprongen toen plotseling
twee mannen op me toe.
Ze sloegen me neer.
Ik vocht met vuisten en voeten
maar het mocht niet baten.
Ze sloegen en schopten me
tot ik roerloos bleef liggen, kreunend van pijn.
Ze namen mijn geld, mijn brieven,
mijn mantel, mijn sandalen.
Oh ! Die dag vergeet ik nooit.
Hoe ik daar lag en dacht:
dit is het einde.
Ik bloedde uit neus en mond.
Ik huilde en bad.
Ik hoorde iemand naderen en dacht:
"Dit is mijn redding".
Een priester, ik zag het aan zijn mantel.
Hij neuriede een psalm:
"De Heer is mijn herder…"
Maar hij zweeg toen hij me zag..
Hij versnelde zijn stap, vloekte en ging voorbij.
Nadien, op een ezel, een leviet.
Hoeveel er nog passeerden weet ik niet.
Ik moet wel half verdoofd geweest zijn
toen ik voelde hoe een hand mijn wangen streelde
en mijn baard.
Moeizaam opende ik de ogen
en zag het gelaat van een man:
O, zo vriendelijk en goed!
Kan dat wel? Een Samaritaan?
U moet weten, vrienden:
wij haten dat volk.
Een rotvolk, een duivels volk.
Wij danken de Heer iedere morgen
dat we geen Samaritaan zijn!
Maar hij deed het, vrienden.
Ik lachte door mijn tranen heen
toen hij mijn wonden zalfde,
en verbond met stukken van zijn hoofddoek.
Voorzichtig heeft hij me toen op zijn muildier getild!
Maar verder weet ik het niet meer….
Het was nacht toen ik ontwaakte
tussen de pakken van de karavaanherberg.
Ik kon mijn ogen niet geloven
toen men mij in het licht van een olielampje
wat brood bracht en wat wijn
en mij verzorgde als een prins.
En toen ik ‘s anderendaags weer verder kon
en afscheid nam van baas en gasten
vroeg ik wie mijn redder was geweest.
Maar niemand wist het.
Hij had zijn naam niet in het boek geschreven.
Maar dit zei iedereen:
"Het was zo een goede vriend van jou!"
Vrienden, dat vergeet ik nooit!
Piet Moortgat.
Bezinning 2
De weg naar Jericho
Een mens blijft eenzaam achter
- te midden van velen -
aan zijn lot overgelaten…
En de samenleving noemt hem een ‘probleem’, een ‘marginaal’,
een bedreiging voor de goede orde,
een gevaar zelfs voor deftige mensen.
De publieke opinie gaat aan hem voorbij
en verdiept zich in de economische crisis en het dreigend
oorlogsgeweld.
De maatschappij maakt een ‘enquête’ over het ‘geval’,
schrijft zijn naam in het sociaal dossier
en geeft hem een bestaansminimum.
De Kerk zal voor hem bidden
en geeft hem een oorkussen vol goede raad…
Tot er een onbekende voorbij komt - toevallig - een vreemdeling,
meer een vijand dan een vriend,
die zelf een mens-onderweg is.
Hij aarzelt even,
maar dan rekent hij af met ‘wat men zegt’…
Hij lapt de publieke opinie aan zijn laars.
Zijn theorieën worden een kloppend hart,
hij slikt zijn goede raad in…
Hij wordt lotgenoot op die ander zijn weg.
En de mens langs de weg komt overeind…
naar Levensecht
Slotgebed 1 Heer ,
geef mij mensen om mij heen
die in mij blijven geloven
en die mij opwachten als ik achterblijf.
Mensen met durf, moed en fantasie,
mensen die mij weer op weg zetten
als ik aarzel
of het niet meer zie zitten.
En misschien, Heer,
vind ik dan morgen zelf de kracht
om iemand op mijn schouders te dragen.
Zo groeit uw Rijk van recht en gerechtigheid,
solidariteit en wereldwijde verbondenheid. Amen.
Slotgebed 2
Heer, onze God,
wij leven in een tijd van vergaderingen, congressen en discussies.
De mens dreigt te verdrinken in stapels papier.
Bij problemen fronsen wij onze wenkbrauwen,
stappen haastig voort,
en zien de mensen niet meer.
Wij bidden U:
maak ons aandachtig voor de mens
die wij dagelijks ontmoeten op onze weg tussen Jeruzalem en Jericho,
tussen onze thuis en ons werk.
Laat ons niet voorbijgaan aan concrete mensen die vragen stellen,
die het moeilijk hebben.
Laat ons niet in een boog om hen heenlopen.
Geef ons de moed om te doen wat moet gedaan worden,
niet alleen morgen, maar vandaag reeds. Amen.
naar Levensecht
Zending en zegen 1
"Doe voortaan als die Samaritaan."
Ga, gezonden door dit Jezuswoord, weldoende op weg.
Daartoe mogen wij elkaar de warmte van Gods zegen toewensen:
in de naam + van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Zending en zegen 2 Zeg het niet teveel met woorden alleen,
maar ga en doe zoals de barmhartige Samaritaan.
God zal je nabij zijn en zegenen:
in de naam van + de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
|
|