25 december - Kerstnacht 2010 afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 9,1-6
Lucas 2,1-19

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Een stal van mensenfiefde

 

Kerstmis. Graag veel sfeer met kerstverhalen en kerstliederen, met kerstliturgie in de kerk en een feestelijk diner in familiekring. Hartverwarmend.
Maar tussen vandaag en toen ligt er een wereld van verschil. Tweeduizend jaar geschiedenis heeft haar sporen nagelaten - zeg maar: ons met een pak vooroordelen opgezadeld. De tijd en de traditie hebben onze kijk op Kerstmis zo ingekleurd en opgesmukt dat we nauwelijks nog in staat zijn dat simpel verhaal, waarmee het allemaal begon, onbevangen te beluisteren.

 

We zouden eens de proef op de som moeten nemen en het ons zo vertrouwde kerstevangelie voorleggen aan een onbevooroordeeld iemand, iemand uit een vreemde cultuur bv. die van Kerstmis en christendom geen weet heeft. En hem/haar vragen dit verhaal eens in één zin samen te vatten. Waarschijnlijk krijgen we dan iets te horen in de trant van: ‘Er is sprake van engelen - eerst één, later veel - die herders komen informeren dat er in Bethlehem een Redder is geboren, die voor vrede op aarde zal zorgen.’

En wij die dachten dat het in het kerstevangelie ging over de geboorte van het kind... Nee, zegt de buitenstaander, het accent ligt niet op de geboorte, maar op wat die engelen over die pasgeborene vertellen. En misschien voegt hij er wat glimlachend aan toe: dat engelenverhaal is wel mooi, maar het klinkt wel erg onwaarschijnlijk. Zou het kunnen dat die herders dat allemaal gedroomd hebben?

Dat hij van engelen een droombeeld maakt, is hem graag vergeven. Je moet al een beetje met geloofstaal vertrouwd zijn om te weten dat in de Bijbel engelen geen eigen identiteit hebben maar steeds figureren als boodschappers van God. Kerstmis gaat dus over wat God aan herders heeft geboodschapt, namelijk dat het Kind van Bethlehem de Redder is, de Vredevorst. Niet de geboorte, maar het waarom van de geboorte is het centrale thema van ons kerstevangelie.

Onze buitenstaander dacht dat de herders misschien gedroomd hadden. Juist en niet juist. Het ís een droom maar niet van de herders, maar Gods droom. God droomt over de toekomst van zijn Zoon, de Redder die, met de mensen in wie Hij behagen schept - zijn volgelingen dus - op aarde vrede zal stichten. Dat is een droom zoals ouders over de toekomst van hun kind dromen. Geen droom van het soort dromen-is-bedrog maar een droom die motiveert, die je inzet als ouder oriënteert. Je wilt immers het beste voor je kind. Je wilt dat het een mooie toekomst tegemoet gaat.

Of Kerstmis ons ten diepste raakt, hangt dus niet af van de sfeer rond het kerstdiner thuis; blijkt niet direct uit onze aanwezigheid hier in de kerk; maar moet blijken uit de manier waarop het kerstgebeuren ons motiveert om daadwerkelijk wat te gaan doen.

Uiteraard is samen vieren hier rond de kerststal zinvol. Hier immers klinkt 'Gods Kerstdroom'; hier verneem je wat God over zijn Zoon aan de herders heeft verkondigd: 'Als jullie aanhangers willen worden van de Vredevorst, dan zul je van vrede werk moeten maken.’

Daar keken die herders geen klein beetje van op. Ze hadden altijd gedacht dat vrede een zaak was van politici of van een of ander uitzonderlijke pacifist van het niveau dat in aanmerking komt voor de Nobelprijs voor de vrede. Neen, beste herders, zegt de engel - zegt God dus - Werk maken van vrede vergt geen uitzonderlijke daden of bovenmenselijke inspanningen. ‘Dit zal voor u een teken zijn: die pasgeboren Vredevorst zult u vinden, liggend in een voerbak.’ Een voerbak, dat behoort tot de vertrouwde leefwereld van herders. Wie vrede wil, moet aan de slag in zijn eigen vertrouwde leefmilieu. Dat is dus de boodschap.

Als Kerstmis ons ten diepste raakt, als we ons bekennen tot aanhangers van de Vredevorst, dan zullen we, in plaats van over vrede te filosoferen, concrete daden van vrede en gerechtigheid moeten stellen binnen ons eigen leefmilieu. Of wij aanhangers van de Vredevorst zijn, moet blijken in ons leven van elke dag, uit de keuzen die we maken, uit de manier waarop we omgaan met anderen, met onze tijd, ons geld, onze mogelijkheden... Durven we onze nek uitsteken voor hen die [zoals Gods Zoon] niet meer bruikbaar zijn in onze efficiënt denkende wereld? Zijn we bereid onze handen uit te steken naar hen die [zoals Gods Zoon] in de stal van onze maatschappij zijn terechtgekomen? Gaan we [zoals de herders] solidair binnen in de stal? Want daar, in die stal, in dat Kind, ligt de droom van generaties opgeslagen.

Echte kerstmensen zijn zij die daarover waken, die waken over Gods droom van vrede, recht en menswaardigheid, om die droom te koesteren; mensen die klaar staan om die droom weer op te delven zodra hij dreigt te verdwijnen onder het stof van banaal genot.

Echte kerstmensen bewaken de droom van mensen die hun kinderen geen andere woning te bieden hebben dan een stal; bewaken de droom van hen voor wie geen plaats is in de Vlaamse, blanke herberg; van hen die dromen van een wereld waar kinderen - niet alleen hun eigen kinderen - belangrijk zijn. Ze bewaken de droom van hen die nog durven geloven in een God, die door onze cultuur naar de stal van de onbruikbare rommel werd verwezen.

God in een stal gegooid...
God, die uit die stal niet meer weg wil,
die, er eens geboren, ervoor koos er te blijven wonen,
die nooit een steen heeft gehad om zijn hoofd op te leggen,
die zich beter thuis voelt in de marge van het grote gebeuren:
bij de zwakkeren, de kleinen, bij marginale en oude mensen,
bij hen wier verwachtingen gesmoord worden in een dol draaiende wereld.
God als stalgenoot, lotgenoot
van al wie in de herberg van de wereld, de deur gewezen krijgt.

Tot die God bidden wij: Uw Rijk kome.
Uw Rijk waar niet gekeken wordt naar huidskleur, geld of leeftijd,
maar waar iedereen welkom is;
uw Rijk waar tollenaars en overspeligen vergiffenis vinden,
waar gewerkt wordt om ontwikkelingslanden tot op een menswaardig niveau op te krikken,
waar wapens worden omgesmeed tot ploegscharen, in plaats van geëxporteerd;
uw Rijk waar geen kinderen doodgaan van de honger,
uw Rijk waar kinderen zich niet dood vervelen van eenzaamheid,
niet uiteengerukt worden door ruziënde ouders,
uw Rijk waar gezegd wordt: 'Laat de kinderen bij Mij komen'.

Uw Rijk, een stal van mensenliefde, die ons hart verwarmt,
die onze dagen met vreugde vervult,

waar de weg begint om het aanschijn van deze aarde te vernieuwen.
Een stal van mensenliefde.

Laat ons daaraan bouwen. Hier en nu. U en ik.

Marc Christiaens o.p. (Schilde)