|
|
|
|
| 25 december - Kerstnacht 2010 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||
|
Lezingen:
Jesaja
9,1-6
Wenst u de preken
thuis in uw elektronische postbus
te ontvangen?
U kunt
reageren
|
Kerstmis. Graag veel sfeer met kerstverhalen en kerstliederen, met
kerstliturgie in de kerk en een feestelijk diner in familiekring.
Hartverwarmend. We zouden eens de proef op de som moeten nemen en het
ons zo vertrouwde kerstevangelie voorleggen aan een onbevooroordeeld
iemand, iemand uit een vreemde cultuur bv. die van Kerstmis en
christendom geen weet heeft. En hem/haar vragen dit verhaal eens in
één zin samen te vatten. Waarschijnlijk krijgen we dan iets te horen
in de trant van: ‘Er is sprake van engelen - eerst één, later veel -
die herders komen informeren dat er in Bethlehem een Redder is geboren,
die voor vrede op aarde zal zorgen.’
En wij die dachten dat het in het kerstevangelie ging
over de geboorte van het kind... Nee, zegt de buitenstaander, het accent
ligt niet op de geboorte, maar op wat die engelen over die pasgeborene
vertellen. En misschien voegt hij er wat glimlachend aan toe: dat
engelenverhaal is wel mooi, maar het klinkt wel erg onwaarschijnlijk.
Zou het kunnen dat die herders dat allemaal gedroomd hebben?
Dat hij van engelen een droombeeld maakt, is hem
graag vergeven. Je moet al een beetje met geloofstaal vertrouwd zijn om
te weten dat in de Bijbel engelen geen eigen identiteit hebben maar
steeds figureren als boodschappers van God. Kerstmis gaat dus over wat
God aan herders heeft geboodschapt, namelijk dat het Kind van Bethlehem
de Redder is, de Vredevorst. Niet de geboorte, maar
het waarom
van de geboorte is het centrale thema van ons kerstevangelie.
Onze buitenstaander dacht dat de herders misschien
gedroomd hadden. Juist en niet juist. Het ís een droom maar niet van de
herders, maar Gods droom. God droomt over de toekomst van zijn Zoon, de
Redder die, met de mensen in wie Hij behagen schept - zijn volgelingen
dus - op aarde vrede zal stichten. Dat is een droom zoals ouders over de
toekomst van hun kind dromen. Geen droom van het soort dromen-is-bedrog
maar een droom die motiveert, die je inzet als ouder oriënteert. Je
wilt immers het beste voor je kind. Je wilt dat het een mooie toekomst
tegemoet gaat.
Of Kerstmis ons ten diepste raakt, hangt dus niet af
van de sfeer rond het kerstdiner thuis; blijkt niet direct uit onze
aanwezigheid hier in de kerk; maar moet blijken uit de manier waarop het
kerstgebeuren ons motiveert om daadwerkelijk wat te gaan doen.
Uiteraard is samen vieren hier rond de kerststal
zinvol. Hier immers klinkt 'Gods Kerstdroom'; hier verneem je wat God
over zijn Zoon aan de herders heeft verkondigd: 'Als jullie aanhangers
willen worden van de Vredevorst, dan zul je van vrede werk moeten maken.’
Daar keken die herders geen klein beetje van op. Ze
hadden altijd gedacht dat vrede een zaak was van politici of van een of
ander uitzonderlijke pacifist van het niveau dat in aanmerking komt voor
de Nobelprijs voor de vrede. Neen, beste herders, zegt de engel - zegt
God dus - Werk maken van vrede vergt geen uitzonderlijke daden of
bovenmenselijke inspanningen. ‘Dit zal voor u een teken zijn: die
pasgeboren Vredevorst zult u vinden, liggend in een voerbak.’ Een
voerbak, dat behoort tot de vertrouwde leefwereld van herders. Wie vrede
wil, moet aan de slag in zijn eigen vertrouwde leefmilieu. Dat is dus de
boodschap.
Als Kerstmis ons ten diepste raakt, als we ons
bekennen tot aanhangers van de Vredevorst, dan zullen we, in plaats van
over vrede te filosoferen, concrete daden van vrede en gerechtigheid
moeten stellen binnen ons eigen leefmilieu. Of wij aanhangers van de
Vredevorst zijn, moet blijken in ons leven van elke dag, uit de keuzen
die we maken, uit de manier waarop we omgaan met anderen, met onze tijd,
ons geld, onze mogelijkheden... Durven we onze nek uitsteken voor hen
die [zoals Gods Zoon] niet meer bruikbaar zijn in onze efficiënt
denkende wereld? Zijn we bereid onze handen uit te steken naar hen die
[zoals Gods Zoon] in de stal van onze maatschappij zijn terechtgekomen?
Gaan we [zoals de herders] solidair binnen in de stal? Want daar, in die
stal, in dat Kind, ligt de droom van generaties opgeslagen.
Echte kerstmensen zijn zij die daarover waken, die
waken over Gods droom van vrede, recht en menswaardigheid, om die droom
te koesteren; mensen die klaar staan om die droom weer op te delven
zodra hij dreigt te verdwijnen onder het stof van banaal genot.
Echte kerstmensen bewaken de droom van mensen die hun
kinderen geen andere woning te bieden hebben dan een stal; bewaken de
droom van hen voor wie geen plaats is in de Vlaamse, blanke herberg; van
hen die dromen van een wereld waar kinderen - niet alleen hun eigen
kinderen - belangrijk zijn. Ze bewaken de droom van hen die nog durven
geloven in een God, die door onze cultuur naar de stal van de
onbruikbare rommel werd verwezen.
God in een stal gegooid... Tot die God bidden wij: Uw Rijk kome. Uw Rijk, een stal van mensenliefde Laat ons daaraan bouwen. Hier en nu. U en ik.
Marc Christiaens o.p. (Schilde) |