5 december -Tweede adventszondag 2010 afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 11,1-10
Matteüs 3,1-
12

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Het kwaad de wereld uit, maar hoe?

Zijn wij christenen niet té veel gefascineerd door kwaad, zonde en schuld? De kerk zelf heeft ons jarenlang zo opgevoed. Het is opvallend hoe in de eucharistie voortdurend om vergeving gebeden wordt. Tot zeven keer toe! Al van bij het begin, met het Kyrie. We bidden tot drie keer om ontferming en daarna is er nog een afsluitend gebed om vergeving. In het ‘Gloria’ bidden we: ‘Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.’ In het ‘Credo’ belijden we dat we geloven in de vergiffenis van de zonden. In het ‘Onze Vader’ klinkt het opnieuw: ’Vergeef ons onze schulden.’ In het ‘Agnus Dei’ vragen we nogmaals om ontferming aan het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt en kloppen sommigen zich driemaal op de borst. Vóór de communie bidden we dat we niet waardig zijn dat de Heer tot ons komt. Hij moet een woord spreken om ons ‘gezond’ te maken, om ons te genezen van het kwaad.

Als dit zou gebeuren onder twee geliefden, zeven keer vergiffenis vragen op zo’n korte tijd, dan zou één van de twee allang zeggen: ’Hou er nu toch eens mee op. Geloof je soms niet dat ik je vergeven heb?’

In de tijd van de parochiale missies hebben donderpredikanten, met de vuistslag op de preekstoel, gedreigd met hel en verdoemenis en gelovigen de angst op het lijf gejaagd. De bedoeling was dat ze op het einde van de missie massaal zouden biechten.

In het evangelie horen we over die andere donderpredikant: Johannes de Doper. Ook hij spreekt dreigende taal en wil het kwaad de wereld uit. Hij heeft geen geduld. Zondebesef, boete en bekering hebben we nodig om het oordeel en de wraak van God te ontlopen. De bijl ligt al aan de wortel van slechte bomen die moeten omgehakt worden en verbrand. Het kaf zal van het koren gescheiden worden. Het kaf zal branden in onblusbaar vuur. In een ongezouten en bijtende taal noemt Johannes de fanatieke uitvoerders van de Wet, de Farizeeën en de Sadduceeën, de tempelpriesters, ‘adderengebroed’! Adders zijn giftige slangen.

‘Adderengebroed’ is een fameus scheldwoord. We hebben een even gemeen scheldwoord voor de mensen in het algemeen: ‘Homo homini lupus’. De ene mens is een wolf voor de andere We zien toch wat we zien! De realiteit is geen sprookje. Israeliërs en Palestijnen zijn als wolven die elkaar verscheuren. Al jarenlang gaan, in Oost-Congo, allerlei rebellen als wolven tekeer tegen weerloze, onschuldige meisjes en vrouwen. Kindsoldaten worden opgeleid om zich als wolven te gedragen en andere kinderen te vermoorden. Een ander soort kindermisbruik is even gruwelijk. In sommige gevallen wordt het leven van kinderen onherstelbaar verwoest. Zoals de Farizeeën en de Sadduceeën, godsdienstige leidersfiguren, kunnen ook sommige kerkelijke leidersfiguren ‘adderengebroed’ genoemd worden.

Maar zijn wij allemaal onschuldige lammetjes, die niets hebben van wat we adders of wolven noemen? Wraak en vergelding zijn nog steeds menselijke reacties op kwaad dat ons werd of wordt aangedaan. We zetten het iemand betaald. We geven steken onder water. We kleineren of negeren iemand of maken hem of haar belachelijk. We roddelen, bewust en gewild, we maken iemand zwart of we stikken van jaloezie en eerzucht. Ja, op grote en kleine schaal, zijn mensen wolven voor elkaar.

Hebben we dan niet opnieuw nood aan iemand die geen blad voor de mond neemt? Iemand die het kwaad uit de wereld wil en er tegen tekeergaat, onverschrokken en radicaal? Nee, zeker niet. Als het gaat om het evangelie, om geloof en liefde, om de weg van Jezus Christus, is angstaanjagerij, dreiging, veroordeling en geweld uit den boze. Jezus Christus was geen wolf, maar een lam: het Paaslam. Hij werd als een lam ter slachting gevoerd, bij zijn kruisdood, uit liefde voor God en voor ons mensen. Hij was een profeet die zich kwetsbaar opstelde.

Jezus was geen donderpredikant, geen messenslijper, geen doemdenker. Hij verdedigde de godsdienst van het hart tegen die van de letter. Hij kwam niet om te oordelen en te veroordelen, maar om te bevrijden. Hij was niet gekomen om gediend te worden, maar om zelf te dienen. Hij ging bij voorkeur naar mensen die als zondaars met de vinger werden gewezen: tollenaars, prostituees, onreinen. Hij liet hen voelen dat ze niet buiten Gods Liefde vielen. Hij eiste niet eerst boete en bekering. God is immers niet uit op wraak en vergelding. Onkruid en tarwe moeten samen opgroeien. Geen mens mocht het kaf van het koren scheiden. Laat staan het kaf verbranden, zoals de kerk eeuwen lang deed met zgn. heksen en ketters. Jezus’ vergeving was totaal gratuit, zoals Gods barmhartigheid. In vele parabels preekte Hij daarover. Hij liet de zondige mens toe om vrij te antwoorden op Gods onvoorwaardelijke liefde, die ons laat zijn zoals we zijn. Jezus wou ook het kwaad de wereld uit, maar zonder dwang dreiging en geweld.

Jezus was de mens zonder egoïsme. In zijn omgang met mensen speelde eigenbelang geen rol.

Het grote paradigma van Jezus’ leven is de voetwassing en de eucharistie. De uiterste uiting van deemoedige dienstbaarheid en het breken en delen van zichzelf, om ons levenskracht te geven. Als we zo’n leven van radicale overgave aan God en offerende mensenliefde, zo’n leven van onschuldig lijden en sterven zien als dit van Jezus, oordelen we vanzelf over ons eigen leven. We worden er door geraakt. En wat doen wij met deze unieke confrontatie?

Rob Moens, dominicaan, Genk

Inspiratie: Rob Moens Preek van de week, Halewijn 2009, p.15-18