28 november - Eerste adventszondag 2010 afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Jesaja 2,1-5
Matteüs 24,37-44

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Wandelen in het licht van de Heer

 
 

Wat een heerlijk tafereel voor de fundamentalistische lezer. De komst van de Mensenzoon als een nieuwe zondvloed. Nog maar eens een ramp. Nog meer onheil over de lauwe gelovigen. Alleen de echten, de zuiveren zullen gespaard blijven. Zij die zich niet te buiten gaan aan eten en drinken, aan seks en drugs. Een heerlijke tijd voor rampprofeten. Misschien vind je wel in Amerika christenen die dit letterlijk nemen. Maar ik geloof toch niet dat Jezus van Nazareth als een rampprofeet is rondgetrokken. Dreigend met hellevuur en zondvloed. Nee toch. Veeleer oproepend om zich juist niet beter te achten dan anderen. Zich niet af te schermen in de ene waarheid en het eigen groot gelijk. Breek deze tempel af, zegt hij toch. Jullie hebben er een rovershol van gemaakt. Mijn huis zal een huis van gebed zijn dat open staat voor alle volkeren.

 

In de adventstijd worden we meer dan ooit herinnerd aan het visioen van een rijk van God dat voor alle mensen bestemd is. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Deze begint niet met de bouw van een adembenemende tempel of het grootst mogelijke Christusbeeld. Maar met de geboorte van een kind. Vanwaar dan toch die neiging van godsdiensten om zichzelf zo op te blazen? Om de waarheid voor zichzelf op te eisen? Zich beter te achten dan een ander? Gods uitverkoren volk te zijn? Het idee leeft niet alleen in het christendom. Het is algemeen verspreid. En het ligt aan de basis van heel veel geweld en agressie.

"Schaf alle godsdiensten af, en je hebt een van de voornaamste redenen van agressie en oorlog uit de wereld geholpen." Juist de godsdiensten die zich beroepen op goddelijke openbaring stellen zich vaak op een ergerlijke wijze aan. ‘Wij zijn toch het uitverkoren volk, het ware godsvolk.’ Je hoort het zowel in het jodendom, het christendom als de islam.

De beide teksten die we beluisterd hebben maken brandhout van dit simplistisch chauvinisme. Alsof mensen door hun afstamming meer dan anderen door God worden bemind. Zo’n god moet op staande voet worden geëlimineerd. In naam van de vrede.

Wat moeten we toch met dat idee dat Israël het uitverkoren volk is? Of het idee dat de kerk het nieuwe godsvolk is? De geschiedenis leert ten overvloede tot welk soort ontsporingen en welke onverdraagzaamheid dergelijke visies kunnen leiden.

De bijbelse verhalen willen ons juist iets anders inprenten. Ze vertellen van een keuze waartoe elke mens en elke gemeenschap wordt uitgedaagd. In die eerste lezing uit Jesaja beluisteren we een visioen. De profeet vergelijkt de wereld der volkeren met een berglandschap. Ergens middenin ligt, nauwelijks merkbaar, de berg met het huis van JHWH. Een bescheiden heuvel. Geenszins de grootste. Maar in het visioen komt het landschap in beweging. Daar gebeurt iets. Geleidelijk groeit die berg uit tot de hoogste van de bergen, zodat alle andere bergen er vol bewondering naar opkijken. Er zelfs in de leer gaan. Dat komt doordat mensen die daar leven werk maken van een heel eigen levensstijl. Doordat zwaarden omgesmeed worden tot ploegijzers en speren tot snoeimessen. Doordat ze de oorlog niet meer leren en zich niet meer oefenen in de strijd. Zo luidt de roeping waartoe Israël wordt uitgedaagd.

Inderdaad: een roeping. Een uitdaging. Werk maken van een alternatieve levensstijl. En de bijbelse geschiedenis vertelt ons van het slagen en falen van mensen in deze roeping. Niet het volk Israël als zodanig is uitverkoren. De levenswijze waartoe het wordt opgeroepen: dat is uitverkoren. Het gaat er niet om dat een bepaald volk of een gemeenschap zich zou kunnen opwerpen als leermeester van anderen, vanuit een soort betweterigheid. Het gaat om een heel concrete levenshouding die in praktijk wordt gebracht. Beantwoordt Israël aan deze roeping, dan is het inderdaad het volk van Gods bijzondere liefde. Sluit het zich op in zelfvoldaanheid, dan is het een gruwel in Gods ogen. Uit de praktijk moet blijken of deze gemeenschap inderdaad een licht is dat schijnt boven op de berg. Of het metterdaad een aantrekkingskracht uitoefent op mensen rondom.

Het is datzelfde motief dat Matteüs doortrekt. Het behoren tot de joodse gemeenschap kan geen reden zijn tot zelfverzekerde arrogantie. Het gaat erom dat de geloofsgemeenschap zich afstemt op de komst van de Mensenzoon. Om die levensstijl in eigen schoot waar te maken. Zich niet opsluiten in eigen gelijk, maar open staan voor anderen. Deze levensstijl beantwoordt aan de droom van God. En dat is de uitdaging waar elke mens in zijn leven voor staat: de uitdaging werk te maken van gerechtigheid die voert naar vrede. Dààr heeft Jezus het over, in de lijn van Jesaja.

Er is, met andere woorden, geen uitverkoren volk, er is een uitverkozen levenswijze. Deze kan niet als exclusief bezit worden opgeëist door welke gemeenschap ook. Het kan in elke cultuur, in elke godsdienst. Hier wordt veeleer de mogelijkheid geopend van een wereldwijde gemeenschap over alle grenzen heen. Wie het uitverkoren zijn letterlijk neemt, trapt in de val van het fundamentalisme. Hoe nationalistisch het taalgebruik in de Bijbel ook mag klinken, dat is maar de oppervlakte. Wat daaronder schuilgaat is een algemeen menselijk thema. En dat gaat over een keuze die in ieder mensenhart beslecht wordt. Zo gaan we op weg naar het feest van de vrede. Rond een kind dat als vredevorst begroet wordt.

Ignace D’hert o.p.s