28 november - Eerste adventszondag 2010 afdrukken  Word-document






 



Prekenlijst

Startpagina

Archieven

Register

Prekenportaal

Zondagsvieringen

Dominicanen

Lezingen:

Romeinen 13,11-14
Matteüs 24,37-44

Wenst u de preken thuis in uw elektronische postbus te ontvangen?
U kunt intekenen op onze
verzendlijst
.


Tekst van viering

U kunt reageren
op deze preek:

Commentaar

   


Waakzaam blijven

 
 

Een kerkelijke nieuwjaarsdag valt altijd op een zondag: de eerste van de vier zondagen vóór Kerstmis. In veel kerken en kapellen wordt dan de eerste adventskaars aangestoken. Niet te vergelijken met het spetterend vuurwerk om middernacht op 31 december. Kerkgangers wensen elkaar ook geen zalig kerkelijk nieuwjaar en sturen geen nieuwjaarskaartjes. En het belangrijkste verschil: ze kijken niet vooruit naar het nieuwe kalenderjaar. Het evangelie doet hen vooruitkijken naar het einde van de wereld. Niemand weet wanneer dat zal gebeuren, maar het kan ons zeer onverwacht overvallen, als een dief in de nacht. Elk moment kan het vijf voor twaalf zijn.

 

Waarschijnlijk weet u niet dat de adventskrans een vóórchristelijk verleden heeft. De oude Germanen hingen een met bosgroen versierd wagenrad aan het plafond of de muur om de winterzonnewende te vieren. Ze dachten dat de zon toen een aantal dagen stilstond. Uit eerbied voor de zon werkten ze die dagen niet. Daarvan was het opgehangen rad het symbool. Ze verwachtten dat het zonnerad weer zou voortdraaien en om het licht van de zon te ondersteunen brandden ze houtvuren. Het was ook een welkom aan de nieuwe zon en het nieuwe jaar. Zo vierden ze dat het licht en het leven het halen op de duisternis en telkens opnieuw tonen dat zij het laatste woord  hebben.*

De adventskrans is in onze kerken en kapellen een laatkomer. Duitse soldaten hebben hem tijdens de Eerste Wereldoorlog bij ons geïntroduceerd. Een christelijke vormgeving van het oude Germaanse wagenrad, met een vergelijkbare symboliek: de krans als cirkelvormige kandelaar, het groen als kleur van hoop en verwachting, het weekritme van het toenemende kaarslicht naar Kerstmis toe: het geboortefeest van het 'Licht van de wereld'.

Eens de eerste adventskaars aangestoken beginnen we de dagen af te tellen tot het kerstfeest met alles wat erbij hoort. 'Verwachting' is in zekere zin een te groot woord. Alle verrassing is eruit weg. We weten zeker dat Kerstmis komt. De datum ligt vast. Het zal zijn zoals het de jaren voordien is geweest.

Maar in het evangelie dat de adventstijd opent gaat het helemaal niet over dit vooruitzicht van Kerstmis. Het is zoals in de dagen van Noach, lezen we. Eten en drinken, vrijen en trouwen, kopen en verkopen, in beslag genomen door de routines, de zorgen en de vreugden van alledag. Misschien zijn wij nu minder kortzichtig dan de mensen in de dagen van Noach. Ze hadden er geen benul van dat er een alles verzwelgende zondvloed op til was. Misschien kijken wij verder vooruit dan de smalle horizon van de onmiddellijkheid en hebben we oog voor de ernstige dreiging van rampen die ons kunnen overkomen. Misschien luisteren we naar de stemmen die waarschuwen dat het vijf voor twaalf is. 'Wordt wakker, let op! Straks is het te laat.'

In het evangelie betreft de waarschuwing geen dreigende ramp, maar de komst van de Mensenzoon die de geschiedenis zal voltooien. Het is geschreven voor lezers die dachten dat het einde van de wereld niet voor de deur stond. Ze hielden er geen rekening mee. Vandaar de waarschuwing: laat in elk geval uw waakzaamheid niet verslappen, Hij kan elk ogenblik komen, de Mensenzoon, Hij kan onverhoeds bij u inbreken als een dief in de nacht.

Die waarschuwing van het evangelie is ook bedoeld voor hedendaagse lezers. Ze roept ons op niet onbedachtzaam te leven. We moeten niet wakker liggen van het einde van de geschiedenis, maar van de voortgaande weg erheen: naar haar voltooiing. Zolang we leven zijn we allen daarheen onderweg. Hoe ze zal voltooid worden hangt ook van iedereen van ons af.

Je moet altijd klaarstaan, zegt het evangelie, op elk moment kan de Mensenzoon komen, hij die in de wereld Gods koninkrijk van vrede, gerechtigheid en vreugde naar zijn voltooiing zal leiden. Gods koninkrijk is altijd verder aan het komen. Gelukkig geprezen wordt de huisknecht die zorgzaam bezig is wanneer zijn heer komt (Matteüs 24,46). Ieder van ons is als die knecht: knecht in het huis van Gods koninkrijk. We hebben de wereld niet in bezit en niemand leeft hier alleen voor zichzelf. Maar we zijn er wel verantwoordelijk voor. Soms leven we te verstrooid en te onachtzaam. Beslissende momenten kunnen ons ontgaan. Momenten waarop we voor keuzes staan waarvan onze verdere toekomst en die van anderen afhangt. Hoe verantwoordelijk of onachtzaam we omgaan met onze wereld en met eigen leven, bepaalt hoe het uiteindelijk met ons en de wereld afloopt.

De komst van Gods koninkrijk heeft niets van een spektakel. Ze speelt zich af in het leven van alledag, in het gewone van menselijke ontmoetingen, in de manier waarop we omgaan met de natuur, met de zorg voor het leven dat ook morgen nog mogelijk moet zijn. Waakzaam zijn houdt in dat je je niet afsluit van de momenten in je leven die het de moeite waard maken.*

De advent is veel meer dan de tijd van voorbereiding op het geboortefeest van het kerstkind. Zijn perspectief reikt veel verder: de hele tijd van ons leven door. Vergeleken met de uitbundige kerstverlichting in de winkelstraten zijn de brandende kaarsjes van de adventskrans uiterst bescheiden. Na de kerstfeesten wordt de kerstverlichting gedoofd. De vlammetjes van de adventskrans mogen eigenlijk niet uitgaan. Ze moeten blijven branden om ons waakzaam te houden voor de momenten waarop Gods koninkrijk bij ons binnenkomt.

* Zie hierover adventskrans.
** M.-J. Janssen en G. Zuidberg, Vóór het luiden van de klok, A-jaar. Gooi & Sticht 2004, p. 14

Inspiratie is gevonden bij H.J. Bosman in Kerugma 2010-2011/1 p. 20-23.  

E.R. Brandts